Speculeren en beleggen: het het verschil
Ik noem mezelf graag een “value-investor”, en hiermee bedoel ik dat ik op zoek ga naar ondergewaardeerde aandelen die een goed uitzicht bieden op een aantrekkelijk rendement tegen een aanvaardbaar risico.
En dit lijkt mij nogal voor de hand liggend. Want wat is beleggen anders dan het zoeken naar waarde (in beleggingen) die op zijn minst voldoende is om de betaalde prijs te rechtvaardigen?
Bewust meer betalen voor een aandeel dan de berekende waarde, in de hoop om het aandeel snel verder te verkopen aan een nog hogere prijs, moet omschreven worden als “speculatie”.
In de media wordt “value investing” maar al te vaak geassocieerd met het kopen van aandelen met een lage koers/winst, koers/boekwaarde en/of hoog dividendrendement.
Maar dit betekent in geen geval dat tegengestelde eigenschappen (zoals hoge koers/winst, koers/boekwaarde en een laag dividendrendement) niet consequent kunnen zijn met een “value”-aankoop.
De groeivoeten die een bedrijf kan realiseren, hebben bijvoorbeeld een belangrijke (en vaak spectaculaire) impact op de waardering.
John Burr Williams schreef reeds in 1938 in “The Theory of Investment Value”:
“de waarde van een aandeel, obligatie of bedrijf wordt bepaald door de inkomende en uitgaande kasstromen -verdisconteerd tegen een geschikte rentevoet- die verwacht kunnen worden gedurende de resterende levensduur van de activa”.
Hetgeen Burr Williams indertijd neerschreef, is vandaag beter bekend dan de ‘discounted cash flow’-methode. Een bijzonder interessante waarderingsmethode die zijn gelijke niet kent. En eigenlijk de enige correcte manier om beleggingen te waarderen.
Maar om even terug te gaan naar het begin van dit artikel, het verschil tussen “beleggen” en “speculeren”. Kort gezegd kopen beleggers aandelen voor minder dan ze waard zijn om ze later te verkopen wanneer de beurs deze aandelen waardeert tegen hun faire waarde.
Speculanten daarentegen, en dit is zonder enige twijfel de grootste groep, kopen aandelen met de bedoeling om deze tegen een hogere prijs verder te verkopen. Hieronder valt in feite iedere belegger die geen flauw benul heeft van de werkelijke waarde van de onderneming waar hij aandelen in bezit. En de meeste beleggers horen jammer genoeg thuis in deze groep. En niet alleen particulieren!
Er zijn institutionele beleggers genoeg die energie-aandelen kopen omdat deze aandelen “in de belangstelling zullen komen” wanneer de rente daalt. Of ze kopen farmaceutische bedrijven omdat nieuwe regels voor het terugbetalen van geneesmiddelen, het medicijnverbruik stimuleren. Dergelijke ontwikkelingen zeggen uiteraard helemaal niets over de waarde van de onderliggende activa.
Speculanten spelen op de beurs volgens “The Greater Fool Theory”. Ze rekenen erop dat er altijd wel een grotere gek te vinden is die nog meer wil betalen voor de aandelen dan zij reeds deden. Voor hen is het niet belangrijk hoeveel een aandeel *waard* is, het is enkel van belang of er een grotere gek gevonden wordt.
Zelf reken ik liever niet op een verse toevloed gekken om mij te voorzien van een degelijke return op mijn investeringen. Eens de toevloed opdroogt, en dit gebeurt vroeg of laat ALTIJD, zit je vaak te kijken met een hele hoop waardeloze aandelen.
Dan lijkt het me toch net iets verstandiger om te investeren in aandelen die meer waard zijn dan de koers waartegen gekocht werd.
Recent Comments